De geschiedenis van Judo
Judo is in 1882 geboren uit Jiu-jitsu, en daarom is Jiu-jitsu de moeder van het judo.
Jiu-jitsu is onlosmakelijk verbonden met strijd en zover wij in de geschiedenis terug kunnen kijken heeft de mens altijd gestreden. Geleid door een oerprikkel vocht men in de hele wereld voor zijn bestaan, als aanvaller en als verdediger, zowel met als zonder wapens. Het was in vele gevallen een levensnoodzaak om te overleven met behulp van ontwikkelde gevechtstechnieken.
Nieuwe technieken werden bedacht en deze werden vaak geheim gehouden om de vijand te verrassen. Creativiteit is het meest menselijke kenmerk en dat blijkt ook hier. Vele vechttechnieken in de wereld vertonen overeenkomsten zonder dat men elkaar beïnvloed heeft. Dat is geen wonder, want elke valide mens heeft slechts twee armen en twee benen als voornaamste wapens en daar kan men een beperkt aantal handelingen mee verrichten. Het wapentuig dat men daarnaast gebruikte was zo veel mogelijk vernietigend. Wapens die veel bloed doen vloeien waren het meest populair. Men gebruikte o.a werpwapens, zoals speer en knots, en steekwapens, zoals dolk en zwaard en schietwapens, Zoals boog en katapult, en ten slotte de vuurwapens, zoals pistool en geweer. Behalve het hanteren van het wapentuig is men altijd bezig geweest om ook lijfelijke vechttechnieken te ontwikkelen.
Sinds er vuurwapens in het westen zijn toegepast werden minder fysieke zelfverdedigingstechnieken ontwikkeld. Na zoveel beschavingen en evenzoveel ervaringen uit de ellende die de moderne wapens kunnen veroorzaken, zouden wij denken nu in de 21ste eeuw een hoge geestelijke beschaving bereikte hebben. Het blijkt echter dat dit slechts een utopie is. Onze opgebouwde beschaving is een laagje vernis is dat snel afbladdert. Door oude afbeeldingen, als prenten, muurschilderingen, vaasschilderingen, beelden en geschreven teksten zien wij dat veel volken zich met zelfverdediging bezig hielden. In elke beschaving is een eigen stijl te herkennen. Bijvoorbeeld in Griekenland en Egypte ontwikkelde zich het vuistvechten en worstelen, in China het Wushu in Thailand het 'muy-thai-boksen', en in Japan o.a het Karate en 'Jiu-jitsu'.
De zelfverdedigingsvorm Jiu-jitsu is in Japan zeer lang bestudeerd, omdat het feodaal stelsel daar veel langer overeind bleef dan in het westen. Ook het gebruik van vuurwapens kwam veel later. De Samurai hebben een aantal eeuwen lang Jiu-jitsu ontwikkeld en in desho's, geheime geschriften, bewaard. In de strijd met een tegenstander moest men instaat zijn zonder wapens te vechten: kumi-uchi. Deze samurai verdedigden hun meester en bewaarden de orde in hun gebied. Zij waren sterk gebonden aan ongeschreven wetten, de bushido. Behalven door deze bushido waren de samurai ook zeer beïnvloed door het boeddhisme, dat het shintoisme verdrongen had. Beheersing, bezinning en non-materieel denken stonden daarom hoog in de levenscode van de samurai. Een vertegenwoordiger van deze levenshouding is de legendarische volksheld Musashi, die nu nog voortleeft in de harten van de moderne Japanner.
Interessanten zijn de principes die men in de zelfverdediging hanteerde:
Laat de geest het lichaam regeren
Let altijd op de ogen van de tegenstander
Techniek staat boven kracht
Beweeg soepel en eenvoudig
Houd het lichaamzwaartepunt laag
Breng de tegenstander uit balans
Blijf zelf in balans
Een van de serieuze studenten in het Jiu-jitsu was Jigoro Kano, die te boek staat als de uitvinder van het judo.